Zuur / base evenwicht

Als het lichaam te weinig zuren kan afvoeren (via nieren, longen en huid) stoot het bloed het teveel aan zuren af naar de omliggende weefsels zoals spieren, pezen, onderhuids- bindweefsel en de gewrichten. Bij de meeste chronische welvaartsziekten is sprake van weefselverzuring. In de reguliere geneeskunde wordt er nauwelijks aandacht besteed aan het zuur-base-evenwicht, terwijl het een belangrijke bijdrage kan leveren aan onze gezondheid. 

We moeten weer terug naar de natuurkundeles om het begrip “zuur en base” te kunnen duiden. De meeste vloeistoffen in het lichaam horen basisch te zijn, met een pH-waarde groter dan 7. Een uitzondering hierop zijn maagsappen, die een pH-waarde horen te hebben van 1,0 tot 3,5.
Door onze huidige manier van leven kan de zuurgraad van ons lichaam verschuiven naar de zure kant, dat wil zeggen een pH-waarde lager dan 7.

Oorzaken van weefselverzuring
  • Verkeerde samenstelling van de voeding
  • Ongewone lichamelijke of sportieve belasting (ontstaan van melkzuur in de weefsels)
  • Stress/psychische druk
  • Verkeerde ademhaling
  • Niet genoeg beweging
  • Milieubelasting
  • Langdurig gebruik van medicijnen (m.n. salicylaat, methylalcohol en ethyleenglycol)
Hoe werkt het zuur-base-systeem

Bij verkeerde pH-waardes van vloeistoffen of weefsels functioneert onze spijsvertering slecht. Maagzuur moet bijv. zuur zijn om het enzym pepsine in staat te stellen eiwitten te verteren. De dunne darm moet basisch of alkalisch zijn om de enzymen van de alvleesklier te laten functioneren. Ons lichaam beschikt over een ingewikkeld reguleringssysteem (bijv. zuurbuffers in het bloed) om afwijkende pH-waardes te voorkomen. De lichaamseigen (buffer)systemen zorgen ervoor zorgen dat de pH waarde van het lichaam binnen bepaalde waarden blijft. Het doet dat door óf overmatig aanwezige waterstofionen aan zich te binden óf deze juist af te stoten. Dat gebeurt in de longen (scheiden extra CO2) uit en de nieren (voeren zuren af). Organen die van belang zijn voor het optimaal houden van het zuur-base-systeem zijn: longen, nieren, lever, maag/darm, en het bloed. De pH-waarde van onze weefsels wordt voor een belangrijk deel beïnvloedt door onze voeding. Voedingsmiddelen met een hoge zuur-rest bevatten voornamelijk fosfor, chloor en zwavel. Voedingsmiddelen met een hoge base-rest bevatten voornamelijk natrium, kalium, magnesium, calcium en ijzer.

De gevolgen van verzuring van het lichaam
  • Door afname van enzymfuncties zijn de schadelijke vrije radicalen actiever en verslechtert de beschermende lichaamseigen antioxidant-functie.
  • Vitaminen en mineralen uit voeding worden minder goed opgenomen, doordat nuttige bacteriën in de dunne darm verdwijnen en de doorlaatbaarheid van de celwand verslechtert. Dit kan leiden tot ernstige aandoeningen als Candida.
  • Grotere kans op verkoudheden, infecties en hoofdpijn.
  • Er ontstaat stagnatie in de bloed- en lymfecirculatie doordat de zuren als "slakken" o.a. in het bind- en vetweefsel worden afgezet. De zuurstofvoorziening van het weefsel neemt hierdoor af. Giftige stoffen worden niet langer efficiënt afgevoerd maar gestapeld in de weefsels.
  • Vermoeidheid. Verzuring remt de ATP-productie, welke juist goed is voor de lichamelijke en geestelijke energie. De productie van ATP wordt ondermeer bepaald door enzymen, welke het beste functioneren in een niet-zuurmilieu. Eén van de eerste symptomen die verdwijnt bij een patiënt die verzuring bestrijdt, is de vermoeidheid.
Zuur- of basevormende voeding?

Algemeen gesteld zijn dierlijke producten zuurvormend en plantaardige producten basevormend. Vruchten en groenten spelen een belangrijke rol in het zuur-base-evenwicht. Zij leveren basevormende mineralen en onttrekken geen basevormende mineralen aan onze weefselvloeistof. Weefselverzuring wordt dus met vruchten en groenten tegengegaan. Bovendien hoeft het compensatiemechanisme om het pH-gehalte in het bloed te normaliseren niet in werking te treden. Gezonde voeding moet meer basisch zijn. Zie onze opsomming.

Sterk zuurvormendvoedsel:
Vlees, vis, ei en soja(producten)
Zuurvormend voedsel:
Peulvruchten, ook pinda’s, granen, kaas.
Zwak zuur/ zwak basevormend voedsel:
Kwark, noten, zaden, roomboter, olie.
Basevormend voedsel:
‘Vloeibare’ melkproducten (melk, karnemelk, yoghurt, Biogarde).
Sterk basevormend voedsel:
Groente, fruit, aardappelen.


Niet goed kauwen kan basische voedingsmiddelen zoals grove rauwkost en fruit veranderen in een zuurvormer doordat ze tot gisting overgaan.
Voedingsmiddelen die zuur smaken hoeven niet zuurvormend te zijn. Citrusfruit en andere gewassen met organische zuren (appelzuur, melkzuur en ascorbinezuur) bijvoorbeeld hebben juist een baseoverschot.

Door meten van de speekselzuugraad kan een inzicht verkregen worden over de mogelijke verzuringstoestand van het lichaam.Dit gebeurt met pH-teststrookjes en volgens een vastgelegd protocol.